Banner stratenplan

Online participatie door corona

De maatregelen rondom corona zorgen dat we op andere manieren met elkaar moeten samenwerken. Inspraak, cocreatie of andere vormen van participatie bij gebiedsontwikkelingen gebeuren vaak via fysieke ontmoetingen. Zeker nu het erop lijkt dat we nog een tijd fysiek op afstand van elkaar moeten blijven, is het verstandig om te kijken hoe we participatie snel anders kunnen vormgeven. Zo voorkomen we dat processen vertragen. Vanuit het programma Stedelijke Transformatie geven we handvatten.

Hoe kunnen we in tijden van corona toch zorgen voor participatie bij gebiedsontwikkelingen?

  • Leer van de eerdere ervaringen (van nog vóór de coronamaatregelen) met online participatie.
  • Uiteenlopende tools zijn beschikbaar voor verschillende doelen van participatie.
  • Online participatie is juist een kans: het blijkt dat je grotere en andere doelgroepen bereikt.

In tijden van corona zijn fysieke ontmoetingen nagenoeg onmogelijk. Bewonersavonden, inspraakavonden, cocreatiesessies, informatiemarkten of andere vormen van participatie zijn nu eigenlijk niet te organiseren. Voor werkoverleggen tussen professionals schakelen we in sneltreinvaart over naar verschillende online overlegplatforms. Deze omschakeling bij participatie lijkt moeilijker te gaan, terwijl er zoveel mogelijk is.

Bestaande ervaringen

Voor uiteenlopende trajecten zijn al online tools ontwikkeld. Bijvoorbeeld voor meningen peilen, interactie of informatie verstrekken. Vorig jaar zijn een aantal proeftuinen rondom digitale democratie afgerond. In de rapportage van Democratie in Actie die hierover is verschenen, staan veel nuttige tips hoe je digitale participatie-instrumenten succesvol inzet.

Participatie staat hoog op de agenda bij de Omgevingswet. In dit kader zijn ook de mogelijkheden voor onlinecommunicatie en participatie verkend. Vanuit verschillende praktijkvoorbeelden blijkt dat het bereik juist groter wordt door de inzet van online middelen. Uiteraard vergt online participatie de nodige voorbereiding en nazorg, net zoals bij offline participatie. Het Rathenau Instituut heeft hiervoor een aantal zinvolle tips op een rijtje gezet op basis van ervaringen met digitale participatie van het Europees Parlement.

Een greep uit bestaande mogelijkheden:

  • De gemeente Amsterdam heeft, in het kader van OpenStad, een overzicht gemaakt van online participatietools die al ingezet worden. Voorbeelden zijn een interactieve kaart waarop verschillende initiatiefnemers in Amstel III hun plannen kunnen zetten, een participatietool gebiedsontwikkeling waarin toekomstige bewoners hun mening over bepaalde ontwerpvragen kunnen geven en een crowdsourcingtool waarin bewoners hun mening over het ontwerp van een plein konden geven.
  • Voor de herinrichting van een plein in Badhoevedorp heeft de gemeente Haarlemmermeer een online platform opgezet, waarin mensen hun mening konden geven over de herinrichting van het plein. Zo’n 600 mensen hebben hieraan meegedaan.
  • In Capelle aan den IJssel is een online platform ontwikkeld, waarop bewoners, ondernemers en andere partijen volop kunnen meepraten. Ook kunnen zij hun eigen plannen delen met de gemeenschap.
  • De gemeente Sliedrecht gebruikte Facebook, Twitter en YouTube actief om informatie te delen over projecten. Via Facebook en Twitter kun je mensen heel specifiek benaderen op basis van woonplaats. Dit kun je aanvullen met huis-aan-huis attenderingsbrieven of via berichten in lokale huis-aan-huisbladen. De verschillende platforms hebben de mogelijkheid voor online discussie. Dit is een laagdrempelige manier voor mensen om mee te doen in een discussie. Let op dat moderatie hiervan tijd en aandacht vraagt.
  • De gemeente Utrecht heeft een zogenoemde ‘Participatieve Waarde Evaluatie’ ingezet rondom het aardgasvrij maken van een aantal wijken. Ruim 600 deelnemers hebben hierbij punten toegekend aan verschillende mogelijkheden om wijken aardgasvrij te maken. In de eindrapportage komen de resultaten van het onderzoek aan bod, maar ook het bereik en de mogelijkheden van de online tool. In een webinar zijn de resultaten hiervan toegelicht.
  • Een ‘corona-proof’ alternatief hoeft niet altijd online te zijn. In een buurt in Rotterdam zijn bijvoorbeeld brievenbussen opgehangen, waarin bewoners hun ideeën konden delen.
  • Verschillende platforms geven mogelijkheden, zoals MijnBuurtje, Buurbook, Ik praat mee, CitizenLab, Inbeeld of Synthetron.

Nieuwe ervaringen

Veel cocreatiesessies of informatieavonden zijn gericht op de interactie. Voor zakelijke overleggen is de overstap naar programma’s als Teams, WebEx, Zoom of Jitsi snel gemaakt. Dergelijke applicaties zijn ook goed toe te passen voor participatietrajecten via onlinekanalen. Verschillende kanalen hebben verschillende voor- en nadelen, bijvoorbeeld in gebruik of met privacy. Probeer ook aan te sluiten bij tools die je doelgroep al heeft en (privé) gebruikt. Ouderen hoeven ook niet buiten de boot te vallen. Grootouders blijken een steile leercurve te hebben bij videobellen met hun kleinkinderen. Ga je een specifieke tool inzetten? Geef dan deelnemers de mogelijkheid de tool tevoren te testen met hulp van jouw organisatie.

Een aantal voorbeelden en ideeën voor interactie:

  • De gemeente Delfzijl heeft een presentatievideo gemaakt in plaats van een informatieavond over het Centrumgebied. Dit is eenvoudig te maken in Powerpoint.
  • Een webinar kan een goede manier zijn als alternatief voor een informatieavond. Een programma als Teams biedt de mogelijkheid een webinar te organiseren. Tijdens een webinar kunnen verschillende mensen presenteren. Enige interactie is mogelijk, maar dat beperkt zich tot een chat-functie. Diverse andere programma’s hebben ook voldoende mogelijkheden, zoals WebEx of Zoom.
  • In Woerden wordt een waardengesprek gevoerd via Zoom.
  • In plaats van een wijksafari om aandachtspunten uit de buurt op te halen, organiseerde de gemeente Blaricum een online enquête via Maptionnaire. In totaal reageerden ruim 160 bewoners, waar normaal 100 deelnemers bij een wijksafari aanwezig zijn.
  • LSA is een netwerk van bewonersgroepen, buurthuizen in zelfbeheer, BewonersBedrijven en coöperaties Het netwerk zette een aantal tips voor digitale participatie rondom de energietransitie op een rijtje.
  • Online platforms stellen wel andere eisen aan bijeenkomsten. Het vraagt bijvoorbeeld meer discipline van de deelnemers, omdat het door elkaar spreken niet kan. Dit kan bijvoorbeeld opgevangen worden door in kleinere groepen uiteen te gaan.

Bereiken we wel iedereen?

Niet iedereen heeft een computer, zoals ouderen of lageropgeleiden, of kan daar niet goed mee omgaan. Heeft online participatie dan wel zin als je toch niet iedereen bereikt? Onderzoek van Maurice de Hond geeft aan dat ouderen goed met de computer weten om te gaan. Uit een rapportage van PWE blijkt ook dat ouderen goed vertegenwoordigd zijn, maar dat van de normale oververtegenwoordiging geen sprake is. Uit dit onderzoek bleek zelfs dat lageropgeleiden deze methode beter waarderen dan hogeropgeleiden. Ook in andere gevallen blijkt dat het bereik online misschien wel representatiever is dan op traditionele manieren.

Sterker nog, uit veel ervaringen blijkt juist dat met online participatie een grotere doelgroep wordt bereikt. De drempel is voor veel mensen lager en op veel platforms kunnen ze op elk moment van de dag deelnemen.

Ga je een nieuw platform gebruiken en weet je niet of je de doelgroep zo goed kunt bereiken? Zet dan offline media in om het platform te introduceren. Gemeenten gebruiken hier vaak het lokale (goedgelezen) huis-aan-huisblad voor. Voor meer gerichte groepen is het huis-aan-huis verspreiden van een brief ook een goede optie.

Voorbeeld delen?

Heeft u zelf goede voorbeelden? Laat het weten! Mail naar:

Blijf op de hoogte

Wilt u automatisch op de hoogte blijven? Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief of volg ons op Twitter of op LinkedIn.